De gevraagde pagina bestaat niet. Een zoekopdracht op wereldwijd meer aandacht voor diabetes leidt tot deze pagina.

Veelbelovende onderzoeken

Wereldwijd wordt op allerlei manieren wetenschappelijk onderzoek gedaan naar diabetes. Welke onderzoeksrichtingen zijn veelbelovend? Komt de oplossing voor diabetes nu echt dichterbij? Dit zeggen Nederlandse diabeteswetenschappers erover.



1) Personalized medicine

Een eerste veelbelovende onderzoeksrichting is de epigenetica . Epigenitica houdt zich bezig met de ‘software’ van het DNA. Epi is het Griekse woord voor ‘boven’ of ‘meer’. Binnen de epigenetica gaat het dus om alles wat meer is dan de genetica, de volgorde van de DNA letters. Bekend is dat diabetes niet alleen te maken heeft met erfelijkheid, maar ook met omgevingsfactoren. ‘Als we die processen beter gaan begrijpen, dan krijgen we ook meer inzicht in het ontstaan van ziekten’, zegt Dries Hettinga, hoofd Kennis en Onderzoek van het Diabetes Fonds.

Het kan daarnaast ook een meer op de persoon afgestemde behandeling opleveren: personalized medicine. ‘Onderzoek heeft aangetoond dat het aan je genen ligt of een veelgebruikt geneesmiddel wel of niet werkt. In de toekomst kunnen artsen daar op basis van jouw genetische informatie rekening mee houden’, zegt Henk-Jan Aanstoot, kinderarts-diabetoloog en mede-oprichter van expertisecentrum Diabeter. ‘Dan beschik je naast je PIN-code over een persoonlijke behandelcode. Die is gebaseerd op factoren als je leeftijd, erfelijkheid en je eigen wensen.’ Behandelaars kunnen dan aan de hand van deze behandelcode inschatten of iemand baat zal hebben bij een bepaalde behandeling.

Een voorbeeld is het effect van diabetesvaccins. Er zijn onderzoeken geweest naar de effectiviteit van GAD65, een vaccin dat de afweerreactie van het lichaam bij diabetes type 1 zou kunnen herstellen. De resultaten vielen tegen, maar sommige deelnemers reageerden juist uitzonderlijk goed op het middel. ‘Waar komt dat door?’, vraagt Aanstoot zich af. Ook dit biedt aanknopingspunten voor de persoonlijke benadering. Onderzoek naar de verscheidenheid van mensen met dezelfde aandoening wordt volgens Aanstoot een belangrijke sleutel tot succesvolle behandeling van diabetes.



Aanstoot en zijn team hebben ontdekt dat bij diabetes type 1 het immuunsysteem zich richt op een speciaal eiwit, GAD65, een eiwit van de insulineproducerende bètacellen in de alvleesklier. Het afweersysteem ziet dit eiwit als fout en vernietigt het. Uit onderzoek blijkt dat het mogelijk is om de ‘vernietigers’ onder de duim houden. Dit kan door het GAD-eiwit als vaccin te geven.



2) Nieuwe medicijnen

Voor mensen met diabetes type 2 is er een nieuwe generatie glucoseverlagende middelen. Dit is een tweede veelbelovende onderzoeksrichting. ‘ Traditionele diabetesmedicijnen hebben het nadeel dat mensen aankomen. ‘Dat is bij drie nieuwe middelen – GLP-1 analogen , DPP-4-remmers en SGLT2-remmers ’ niet het geval,‘ zegt Coen Stehouwer, hoogleraar interne geneeskunde aan Maastricht University Medical Centre+. ‘Zeker GLP-1 is veelbelovend; het verlaagt de glucose na de maaltijd, waardoor hypo’s verleden tijd zijn. En bovendien geeft het een verzadigd gevoel; mensen gaan daardoor minder eten en vallen dus af.‘



3) Kunstmatige alvleesklier

Hans de Vries, internist in het AMC, leidt een groot Europees onderzoek dat een kunstmatige alvleesklier moet opleveren. De Vries hoopt in 2012 op de grote wetenschappelijke congressen de eerste onderzoeksdata te presenteren. ‘Dit onderzoeksveld kreeg een impuls toen de continue glucosemonitor beschikbaar kwam, tien jaar geleden. Door de monitor te koppelen aan een insulinepomp, zou het mogelijk moeten zijn een kunstmatige alvleesklier te maken. Ook in Amerika en elders in de wereld zijn onderzoekers hiermee bezig. We kijken dan ook met spanning welke onderzoeksgroep er als eerste in slaagt om de kunstmatige alvleesklier buiten de muren van het laboratorium te testen. Het bijzondere is dat wij er – in het laboratorium – in geslaagd zijn met één ‘insteekopening’ in het lichaam te werken. Dat is een stuk minder belastend voor mensen die de kunstmatige alvleesklier gaan gebruiken’, zegt de internist.



Op welke onderzoeksresultaten mogen mensen met diabetes komende jaren hopen? ‘Veel zal afhangen van de aandacht die diabetesonderzoek krijgt’, zegt Dries Hettinga. ‘Bij het Diabetes Fonds vergelijken we het onderzoek vaak met een grote legpuzzel. De randen liggen wel zo ongeveer op hun plek. Maar er liggen nog veel stukjes in de bak. En er zijn misschien stukjes op de verkeerde plek terechtgekomen. In het onderzoek naar diabetes moeten we elk puzzelstukje oppakken, bekijken en op de juiste plek zien te leggen. Hoe meer geld er is voor diabetesonderzoek, hoe meer mensen kunnen meewerken aan het oplossen van deze puzzel.’



4) Systeembiologie

De systeembiologie is wat Dries Hettinga betreft een vierde veelbelovende onderzoeksrichting. ‘We hebben de afgelopen jaren veel onderzoek gezien naar allerlei afzonderlijke processen in het lichaam. De systeembiologie probeert al deze fragmenten samen te brengen. De het idee achter systeembiologie is dat je onderzoekers van verschillende specialismen bij elkaar moet brengen.’

Een mooi voorbeeld is volgens Hettinga dat de Universiteit Twente sinds enige tijd een bijdrage levert aan het diabetesonderzoek. ‘Zij hebben veel ervaring in het maken van bio-compatibel materiaal, materiaal dat niet door het menselijk lichaam afgestoten wordt. Die kennis kunnen we goed gebruiken bij de transplantatie van bètacellen. Bij mensen met diabetes worden de bètacellen aangevallen door het afweersysteem. Met hulp van de Universiteit Twente hopen onderzoekers de cellen in een soort zakje te kunnen plaatsen, om dit afstotingseffect tegen te gaan.’



Nog een voorbeeld van samenwerking tussen verschillende specialismen is het onderzoek in het Hubrecht-Instituut,’ zegt Hettinga. ‘Dit onderzoekscentrum doet fundamenteel onderzoek naar stamcellen. Ze houden zich vooral bezig met onderzoek naar kanker, maar doen dat nu ook naar diabetes; de onder-

zoekers kijken of het mogelijk is stamcellen te stimuleren insulineproducerende bètacellen te worden. Over de werking van bètacellen bij diabetes weten we dankzij het onderzoek van Bart Roep steeds meer (zie MyDiabetesDigital 5-2011). Deze kennis levert in combinatie met de kennis van het Hubrecht-Instituut hopelijk nieuwe inzichten op.’



Maastricht Studie

Waarom ontwikkelt de een wel diabetes type 2 en de ander niet? De Maastricht Studie probeert daar antwoord op te vinden. In deze studie worden vijfduizend mensen met en vijfduizend mensen zonder diabetes type 2 uitgebreid onderzocht. De deelnemers houden onder meer nauwkeurig hun bewegingen bij, met een driedimensionale bewegingsmeter. Want waarom valt de een meer af dan de ander bij dezelfde activiteit? Hoogleraar Coen Stehouwer legt uit: ‘We weten dat we vijf dagen per week minimaal dertig minuten moeten bewegen. Maar de meeste calorieën verbranden we met andere bewegingen gedurende de dag. Zo blijkt het veel uit te maken of je bij het tv-kijken helemaal stilzit of niet. Dat kan een paar honderd kilocalorieën per dag schelen.’





Text: Martijn Gort

iStock_000015549587Small_WEB
Geschreven op 03/19/2012 - 11:36
iStock_000015549587Small_WEB